Voorgeschiedenis
Mensen maken de stad, een intentieverklaring
Vanaf de Tweede wereldoorlog zijn het de overheid, de woningcorporaties en de projectontwikkelaars die voor onze woningen zorgen. Nee, wij hebben geen klagen. Maar toch knaagt het: de mogelijkheid zelf inhoud te geven aan het wonen is minimaal. Waar Nederland zich in zestig jaar ontwikkeld heeft tot een welvarende natie, met een goed opgeleide bevolking, die nota bene beschikt over een redelijk tot goed inkomen, wordt de burger in de vormgeving van zijn wonen achterlijk gehouden. Zelf de stad maken, zelf inhoud geven aan het wonen is niet of nauwelijks mogelijk. De emancipatie van het wonen is in Nederland nog steeds niet begonnen.
Wonen is meer dan simpelweg een dak boven het hoofd als schuilplaats tegen slecht weer; het is ook de basis voor zelfontplooiing, zelfconfrontatie en cultuur. Het individuele wonen staat altijd in relatie tot anderen, in hetzelfde huishouden en daarbuiten. Het wonen kan worden gezien als een ‘veilige haven’, en zoals een haven pas zijn betekenis krijgt in relatie tot het open water, zo is het wonen de basis van waaruit mensen in de samenleving kunnen functioneren. Het biedt de mogelijkheid tot afzondering, maar ook van verbindingen met de hele wereld.
De burger kan dan op basis van een eigen afweging van voorkeuren en mogelijkheden zijn keuze voor een bepaalde woonvorm maken. Hij moet de vrijheid hebben om de rol aan te nemen van woonconsument, maar mag daartoe niet worden gedwongen bij gebrek aan alternatieven. Hij moet ook woonproducent kunnen worden. De burger moet de mogelijkheid hebben om nieuwe betekenis te geven aan de eeuwenoude traditie van zelfbouw, individueel opdrachtgeverschap en zelfbeheer. Deze traditie moet, na een langdurige, historisch verklaarbare onderbreking, worden geactualiseerd en opgeladen met de verworvenheden van een eeuw onderwijs, emancipatie en individualisering. Door deze keuzevrijheid wordt de burger in staat gesteld zijn wonen voortdurend aan te passen aan veranderende wensen en omstandigheden: wonen en werken combineren of juist niet, de woning aanpassen aan de levensfase of geschikt maken voor meerdere generaties. Zelfbeschikking, zelfbeheer en zelforganisatie dienen de uitgangspunten te zijn bij de vormgeving van het wonen, zowel waar het gaat om de individuele woning als op het niveau van de straat, de buurt en de wijk. In het beheer van de woonomgeving moet het primaat verschuiven van institutioneel beheer naar zelfbeheer. Van onderop kunnen nieuwe vormen van samenlevingsopbouw en solidariteit ontstaan.
Binnen deze context kan het wonen weer een uiting worden van menselijke zelfexpressie, biedt dit ruimte voor grote verscheidenheid in woningtypen, functiemenging, veranderbaarheid en verschijningsvormen. De pluriformiteit van de samenleving kan zo ook in het wonen tot uitdrukking komen. Tegenover de eenvormigheid van de huidige woningbouw kan een nieuwe cultuur van het wonen ontstaan die op een vanzelfsprekende wijze, ‘organisch’ en van onderop, ruimte blijft geven aan culturele diversiteit. De prijsvraag Eenvoud laat op kleine schaal het plezier zien om een eigen woning te verzinnen en te maken. Het is juist deze creativiteit die bijdraagt aan de identiteit van een stad. Het zou fantastisch zijn wanneer de emancipatie van de burger wordt vervolmaakt met de volledige zeggenschap over zijn wonen. En dat kan, door de traditie van het zelfbouwen, zoals nu weer in Almere gebeurt, opnieuw inhoud te geven.
Adri Duivesteijn
wethouder Evenwichtige Ruimtelijke
Ontwikkeling, Almere
Gewoon is anders
“Mam, wonen hier echte mensen?”
Het is zondagochtend en de inwoners van Almere maken een ommetje. Soms voert de wandeling door de wijk De Fantasie. Een ongewone wijk tussen de “gewone” nieuwbouwwijken van Almere. De vraag van het kind betrof ons huis op De Fantasie: een platte doos van staal, hout en veel glas, geplaatst op een knalgroen stalen spaceframe. In de Almeerse volksmond het aquarium geheten. Het is het huis waar we nu al tweeëntwintig jaar wonen. Dat we echte mensen zijn, ondervond een groep Japanse architectuurstudenten die door zoonlief, die er even genoeg van had, de veranda werd afgestuurd.

In het voorjaar van 1984 verhuisden we vanuit de Bijlmer naar het experimentele, geheel demontabele Fantasie-huis. Het schijnt een droom te zijn voor veel architecten: een huis te ontwerpen met veel glas, zonder kolommen en raamkozijnen. Het bijzondere is dat het dak door de twaalf millimeter dikke glasplaten wordt gedragen. Ook de groene kleur en de ruimtevakwerkconstructies onder de woning waren een experiment. En als een soort eerbetoon aan Le Corbusier staat het geheel op palen. In tegenstelling tot een droom gingen wij er ook daadwerkelijk wonen. En vooral in het begin was het wel heel ongewoon.
Zo bevond zich in 1984 tegenover ons huis het Abstract Circus van Jaap Kleyn en Ruth Bouman. Twee weken lang voerden kwakende kikkers in de sloot aan de ene kant samen met brullende leeuwen van het Circus aan de andere kant ’s avonds een concert op waar ons, toen tweejarig, zoontje bij insliep. Dat was verre van abstract, wel vervreemdend. Het was pionieren in het begin. Buiten was er een zandvlakte en binnen, wegens het ontbreken van hal of gang, ook. Binnen was het sowieso wennen. De living was (en is) prachtig: ruim, licht met uitzicht naar drie kanten. De keuken, badkamer en slaapkamers echter maten slechts twee bij twee meter. De deuren van deze ruimtes naar de woonkamer lopen niet tot beneden door, maar zijn uit de muur gezaagd, waardoor de muur zijn stevigheid behoudt. Gevolg is wel dat bezoekers af en toe over de ontstane verhoging van zo’n twintig centimeter letterlijk naar binnen komen vallen. Wegens ruimtegebrek in de slaapkamer sliepen we boven elkaar in een stapelbed. Dat er nog een dochter werd geboren mocht met recht een mooi wonder heten.
Een huis van acht bij acht meter bleek toch wat te krap voor vier personen en twee katten. Dus werd er een stuk van zes bij acht meter aangebouwd. En er is meer veranderd in die tweeëntwintig jaar. Het toenmalige welkomstcadeau van de buurman: een net ontkiemde kastanje in een klein potje is uitgegroeid tot een meer dan volwassen kastanjeboom met prachtige toortsen in het voorjaar. Om het huis is een soort bos van bomen ontstaan. Bomen die schaduw geven en die een scherm vormen tegen de inkijk. De zandvlakte is verdwenen. Een nieuwe generatie Fantasie-kinderen groeit op. Eigenlijk is het wijkje gewoner geworden.
Wat gebleven is, is de altijd prachtige lichtinval, het binnenbuitengevoel, het één zijn met de natuur, de prachtig bloeiende kersenbomen in het voorjaar. Net als het wandelende publiek op zondag, de groepen fotograferende architectuurstudenten. Maar ook het altijd lekkende dak en, ondanks een isolerende dakbegroeiing van vetplantjes, mos en andere planten, de hoge stookkosten in de winter en de tropische binnentemperatuur in de zomer. Zo wonen we ruim twintig jaar in een experiment. Nee, gewoon is het niet, maar eerlijk, ik zou nergens anders willen wonen.
Franciska Benthem
De verbeelding laten spreken
In het begin van Almere was er een idee om ergens geheel naar eigen wens te kunnen bouwen en wonen, welstandsvrij en voorschriftenvrij, maar wel veilig. Dit lukte in 1982 met de prijsvraag “Ongewoon wonen”, georganiseerd door de stichting De Fantasie. Deze stichting werd gevormd door vijf burgers van Almere die zich sterk maakten om “de verbeelding te laten spreken”. Aan de normale regelgeving viel te ontkomen door een beperkte levensduur van de bouwsels, vijf jaar, waarbij slechts een licht pakket regels kon gelden, het ketenbesluit. Bouw- en woningtoezicht zag toe op de veiligheid. Iedereen mocht meedoen; een uitgelezen, veelzijdige jury kon de meest vindingrijke plannen uitkiezen uit 142 inzendingen..
Alle plannen werden geëxposeerd, wat veel bekijks trok. Niet alleen in Almere, maar ook op andere plaatsen in Nederland. Tien winnaars kregen hun prijs: een kavel om het plan op te verwezenlijken. Niet iedereen lukte het om te gaan bouwen. De vrijkomende kavels werden ter beschikking gesteld voor genomineerde reserveplannen. Uiteindelijk resulteerde dit alles in het terrein De Fantasie aan de zuidoever van het Weerwater, nog steeds een toeristische trekker.
Deze prijsvraag smaakte naar meer, en vóór de mogelijke overschrijding van de termijn van vijf jaar een feit zou zijn (landdrost Lammers zei al dat niets zo definitief is als het tijdelijke), startte de stichting De Fantasie in 1986 een tweede prijsvraag onder de veelzeggende naam “Tijdelijk wonen”. Ook deze prijsvraag werd een succes: 185 inzendingen. Zeventien plannen werden gerealiseerd op een terrein aan de zuidzijde van de Noorderplassen, De Realiteit genoemd. Dit project trekt tot vandaag eveneens veel belangstelling en wordt vaak gepubliceerd.
De termijn van vijf jaar had, naast de toepassingsmogelijkheid van het ketenbesluit, nog twee consequenties die essentieel zijn voor het karakter van De Fantasie en De Realiteit: de onmogelijkheid van een normale hypotheek en de urgentie van vijf jaar. Het gebruik van de grond voor slechts vijf jaar “in huur uitgegeven” dwong tot ongebruikelijke financieringsvormen als zelfbouw (een jaar arbeid investeren) en sponsoring, soms in stukjes en beetjes. Bedrijven waren vaak bereid iets te doen vanwege het avontuurlijke, festivalachtige karakter met veel publiciteit. Van streven naar toekomstwaarde van een op de markt algemeen goed gewaardeerd product was geen sprake. Hier ging het puur om het eigene, louter om het plezier in het bouwen - en dan het gebruik, de ervaring van het ding in het echt. Het viel op hoe getrouw de inzenders hun idee uitvoerden, geheel volgens de oorspronkelijk ingezonden tekening en maquette. Bij de meeste andere prijsvragen is dit doorgaans niet mogelijk, en ondergaat een winnend plan nog een hele bewerking. De gedrevenheid om een eigen idee vorm te geven, op een gegeven moment daadwerkelijk te realiseren, maakt deze vorm van bouwen en wonen tot een kunstuiting. Dit aspect werkt zeer inspirerend bij een bezoek aan de projecten.
Een derde prijsvraag in 1989 diende om twee open kavels op het eerste terrein, De Fantasie, van plannen te voorzien. Het idee was toen nog dat, wanneer iemand zijn bouwsel niet langer in stand zou willen of kunnen houden, de vrijgekomen kavel alleen door middel van een prijsvraag kon worden bebouwd. Zo zou het experiment zichzelf continu vernieuwen: een experimenteerterrein. Ook deze derde prijsvraag leverde 161 inzendingen op en het thans gerealiseerde huis Psyche. De praktijk is dat de bewoners de eerst in bruikleen gegeven grond hebben kunnen kopen en dat er nu een vernieuwing van de bouwsels plaats vindt door de eigenaars zelf, in de geest van de oorspronkelijke prijsvraag. De eerste veelbelovende resultaten hiervan zijn te zien op het terrein De Fantasie. Bij twijfel over de kwaliteit kan de Rijksbouwmeester geraadpleegd worden. Deze heeft de projecten steeds een warm hart toegedragen.
De vierde prijsvraag, EENVOUD, heeft lang op zich laten wachten. Het concept zou anders moeten zijn want tijdelijkheid was niet langer geloofwaardig; die vlieger kon niet nog eens opgaan. De kavels worden nu gekocht en bij uitzondering zal wat betreft gebruiksregels ontheffing van het bouwbesluit kunnen worden gegeven: wet is wet. Om de financiële drempel voor het bouwen laag te houden, ook voor starters, is gestreefd naar een lage bouwsom (€ 120 000) en is de laagste grondprijs voor woningbouw in Almere gehanteerd. Om dit laatste praktisch waar te maken, zal er een verkaveling als op een camping worden ontworpen, met zoveel mogelijk landschappelijke kwaliteit: slechts de hoognodige eigen buitenruimte per plan en een zo eenvoudig mogelijke aanleg van wegen, paden en leidingen. Als een plan eventueel uitvalt, zal het niet eenvoudig te vervangen zijn door een ander plan, zoals bij de neutrale verkavelingen van De Fantasie en De Realiteit. Ook hier zal EENVOUD nieuwe ervaring opleveren. Verder wordt de mogelijkheid onderzocht om desgewenst gedurende de eerste vijf jaar de last van grondkosten uit te stellen door tussenkomst van een kapitaalkrachtige onderneming. De tijd zal leren waartoe deze nieuwe constellatie (definitief bouwen op eigen grond en beperkte ontheffing van het bouwbesluit) uiteindelijk zal leiden.
De eerst stap is gezet: het uitschrijven van de prijsvraag en wederom een schat aan plannen en ideën: 299 in getal, zoals te zien op de tentoonstelling EENVOUD en in deze bijbehorende catalogus. Opmerkelijk is dat een vijfde deel van de inzendingen uit het buitenland komt, het effect van internet. De jury heeft de meest inspirerende plannen gekozen, de prijswinnaars zijn bekend. Nu begint het avontuurlijke traject van realisatie, waarbij het doorzettingsvermogen van de makers, het geloof in hun project en de vindingrijkheid bij het oplossen van problemen van doorslaggevend belang zullen zijn. Met deze bedoeling is de naam Eenvoud aan de prijsvraag gegeven: om zo geconcentreerd mogelijk een idee in een plan te laten zien, om daarmee de nodige veer- en springkracht te verzamelen het plan ook zo te realiseren. Het resultaat zal over enige tijd, ongetwijfeld verrassend, in werkelijkheid te zien zijn.
Thijs Gerretsen
Comité De Fantasie, juni 2006